Parasieten

Stekende insecten :

In waterrijke gebieden heb je er aan het eind van de zomer vaak last van : de Gewone steekmug . Het vrouwtje gaat op zoek naar een gastheer om bloed te zuigen voor de productie van de eitjes . Onderstaand een leuke foto die ik nam op het mement dat mijn vrouw geprikt werd door zo’n pestkop :

Maar ook Dazen ( “steekvliegen”) kunnen er wat van . Ook deze diertjes zijn gek op bloed van mensen , runderen en paarden . Zoals op de foto te zien is heeft het vrouwtje dolkachtige monddelen die zó door je huid heen “knippen” en zo een rode schijf net onder de huid veroorzaken . Vrij onschuldig maar wel vervelend .

Nog zo’n diertje die gek is op bloed : de Teek . In de meeste gevallen handelt het hier om de Schapenteek Ixodes ricinus , die ook de ziekte van Lyme kan veroorzaken . Oppassen dus , verwijder de teek volledig en maak het wondje schoon . Houd het een aantal weken in de gaten , ook de huid eromheen . Bij het minste vermoeden dat het niet pluis is : huisarts ! Onderstaand plaatje is van een teek die zich in mijn kuitbeen geboord had .

E zo zijn er wel meer van die griezels die je willen belagen , maar waar ik weinig of niets van zie of hoor , denk maar aan de Malariamug , de bedwants , de schaamluis of hoofdluis , vlooien ….

Mijten:

Van een heel ander kaliber zijn mijten , die je vaak ziet op kevers ( vooral aaskevers en mestkevers . Ze kunnen geen kwaad in die zin , ze liften met hun gastheer mee omdat ze weten dat ze voedsel opzoeken en zo komen die kleine beestjes ook aan hun maal . Hier een veldmestkevertje die vol zit met mijten :

Schimmels :

Zo is daar de schimmel Entomophthora muscae (letterlijk: insectendoder van de vlieg) die vooral in de herfst menig slachtoffer maakt en dan ook binnenshuis gevonden kan worden. De meeste slachtoffers maakt E. muscae onder huisvliegen, luisterend naar de Latijnse naam Musca domestica. Zo’n vliegje zweeft meestal wat rond, nipt her en der wat voedsel, zet mogelijk nog wat eieren af en komt bij dit alles met zeer veel in aanraking. Eén van de dingen waar een huisvlieg mee in aanraking kan komen zijn de sporen van E. muscae. Deze sporen zijn van een speciale, zeer kleverige slijmlaag voorzien en blijven daarom makkelijk aan een nietsvermoedende huisvlieg plakken. Iedereen die huisvliegen een tijdje geobserveerd heeft, misschien vlak voor het doodslaan, weet dat vliegen zich om de zoveel tijd uitgebreid schoonmaken. E. muscae moet dus opschieten. De sporen kiemen en de schimmeldraad (hyfe) die uit de spore groeit, breekt met kracht door het exoskelet van de vlieg en groeit de vlieg in. Eenmaal binnen groeit de schimmel in het vliegenbloed, vermenigvuldigt zich daar snel en bereikt uiteindelijk de hersenen van het onfortuinlijke vliegje. Daar gekomen grijpt E. muscae de macht; hoe of wat precies is onbekend, maar de vlieg krijgt een uitgesproken voorkeur voor hoge, lichte plekken. Eenmaal aangekomen op de top van een grasspriet of de bovenkant van het vensterglas, begint de doodsstrijd. Eerst kleeft de vlieg met zijn zuigsnuit (proboscis) vast aan het oppervlak en op het moment dat de aanhechting verzekerd is, beginnen de stuiptrekkingen, waarbij zowel poten als vleugels betrokken zijn.
Nu begint de uitgroei van E. muscae. Op de zwakke, zachte plekken tussen de platen van het exoskelet komen sporendragende hyfen van de schimmel te voorschijn. De sporen worden met kracht weggeschoten en belanden in de omgeving van de dode vlieg. Deze sporen, klaar om de volgende vlieg te infecteren, vindt men vaak als een witte halo rondom het dode lichaampje . Om infectie van een volgende vlieg te waarborgen, zorgt E. muscae er via de stuiptrekkingen bovendien voor dat de vlieg sterft in een houding die volgens sommige onderzoekers duidt op sexuele ontvankelijkheid; onweerstaanbaar voor andere vliegen.

Hesperomyces virescens : Een zg exoparasitaire schimmel die het vooral gemunt heeft op Aziatische lieveheersbeestjes . De laatste vier die ik gezien heb , overwinteraars , waren allen geïnfecteerd en dat is niet verwonderlijk . Ze klitten op elkaar en de kleverige sporen worden zó overgebracht op het volgende slachtoffer . Hier een link die een uitmuntende beschrijving geeft over deze soort van schimmels die eruit zien als “gelige draadjes” : https://www.nev.nl/pages/publicaties/eb/nummers/2017/77-3/106-118.pdf?fbclid=IwAR02DsULxR2y5tL8M_yx8zbNPQGjsS3Yg_5q6SrI-1yar64cHmCyaFh0JME

Sluipwespen :

Survival of the fittest ! Hier enkele voorbeelden van sluipwespjes die in dit geval een rups van een Psi-uil te grazen hadden . De wesp legt zijn eitjes in de rups en daar beginnen de larven zich tegoed te doen van de rups . Vaak blijven de functies merendeel nog behouden totdat de wespjes uit de rups tevoorschijn komen . Het wespje ( ca 3mm ) kon ik niet verder determineren als een Braconidae indet.

Hieronder nog een voorbeeldje van een gevonden pop die geparasiteerd was door sluipwespjes van het geslacht Megaspillidae spec. Uiteraard had ook deze pop geen schijn van kans , de uitgeslopen wespjes waren amper 2 mm , zie foto :

Waaiertjes :

In het veld val je soms van de ene in de andere verbazing : een wesp zat op een blad maar ik zag dat de tergieten iets openstonden en er stak “iets” uit . Dat bleken dus waaiertjes te zijn ( in dit geval Xenos vesparum ), een parasitair , ultraklein insect die een wat vreemde leefstijl erop nahouden . Ze liften mee met de gastheer naar het nest , infecteren een larve en gaan zich ontwikkelen . Lastig te zien , voor meer informatie over deze mysterieuze beestjes verwijs ik naar artikelen die je makkelijk kunt vinden op het internet [ https://www.repository.naturalis.nl/document/124842 ] . In dit geval is het slachtoffer een veldwesp :